HONDEN
Een hond is een erg geliefd huisdier. Door zijn sociale gedrag gaat hij snel deel uitmaken van het gezinsleven. Zijn gewone, zowel als medische verzorging zijn daarom erg belangrijk voor zijn eigenaar(s).
Met deze website willen we u enige nuttige informatie aanreiken voor de aanschaf en medische verzorging van uw huisdier. Natuurlijk is deze informatie niet volledig. Voor meer inlichtingen kan u zich steeds tot ons wenden.

Voor u een hond aanschaft, is het aangeraden u vooraf even te bezinnen wat u juist verwacht van uw nieuwe huisgenoot. Er zijn tientallen verschillende hondenrassen, elk met hun specifiek karakter. Is het de bedoeling dat u een rustige hond heeft, die vooral binnenshuis moet vertoeven of zoekt u een kompaan om verre wandelingen te maken? Het is best dat u hiermee rekening houdt bij de aankoop van uw hond en laat u niet alleen beïnvloeden door zijn uiterlijke kenmerken.
Opteert u voor de aankoop van een rashond, dan vindt u informatie over kwekers in tijdschriften, zoals bijvoorbeeld ‘Woef’, bij fokkersverenigingen of op het internet. U neemt best contact op met de kweker om een afspraak te maken. Zo kunt u ter plaatste gaan kijken in welke omstandigheden de honden zijn grootgebracht.
Als u tot de aanschaf van een pup zou besluiten, neem het gekozen diertje even uit het nestje, bekijk het grondig. Geeft het een levendige en gezonde indruk? Let op het gedrag van de moeder en haar nest. Kies niet de nerveuze pup, die schichtig wegduikt, want dit kan wijzen op een slechte vroege socialisatie. Laat u evenmin verleiden om de kleinste, zwakst uitziende pup te nemen, omdat u er medelijden mee heeft.
Informeer naar het vaccinatieboekje. Puppies worden normaal gezien de eerste maal gevaccineerd op de leeftijd van 4 of 6 weken. Verder wordt in het vaccinatieboekje genoteerd wanneer de pup ontwormd werd. De kweker zal u tevens de afstammingspapieren kunnen verschaffen. Het is mogelijk dat deze pas enkele weken later kunnen worden opgestuurd. Vraag wat de pups te eten krijgen, zodat je bij thuiskomst met je nieuwe pup dezelfde voeding kan geven en voedingsdiarree wordt vermeden. Wenst uzelf over te schakelen op een andere voeding, doe dit geleidelijk (over een periode van circa één week), zodat de pup kan wennen aan de nieuwe voeding. U kan best de bestaande voeding van de pup met steeds meer van het nieuwe voer vermengen.
Vraag aan de kweker of het na de aankoop is toegelaten de pup te laten onderzoeken bij je eigen dierenarts zonder dat de aankoopwaarborg vervalt. Indien de kweker op een verantwoorde manier bezig is, zal hij waarschijnlijk geen enkel bezwaar opperen.
Als u besluit dat een gekruist hondenras goed bij u past, kunt u uw zoektocht beginnen bij lokale asielen en opvangcentra, advertenties in de lokale krant, vrienden en familie. Wees niet verbaasd dat in asielen u wordt gevraagd in te stemmen met een huisbezoek voordat u de nieuwe pup mag meenemen. Alle goede opvangcentra willen er zeker van zijn dat hun pups goed terechtkomen.
Mannetje (reu) of vrouwtje (teefje)?
Zodra u heeft besloten welk hondenras u wilt, moet u de keuze maken tussen een reu of een teefje. De meeste teefjes zijn doorgaans rustiger en minder dominant, maar vergeet niet dat ze twee keer per jaar loops zijn, tenzij ze worden gesteriliseerd. In deze twee of drie weken mogen ze geen contact hebben met welke reu dan ook, tenzij u wil kweken. Niet gecastreerde reuen hebben de neiging dominanter en agressiever te zijn naar andere honden en mensen. Bovendien kunnen ze weglopen op zoek naar een loops teefje. Hoewel dit kan worden vermeden door de juiste training is in sommige gevallen castratie nodig
Als u een pup uit een dierenasiel of opvangcentrum bekomt, wordt u hoogst waarschijnlijk gevraagd een overeenkomst te ondertekenen, waarin u er zich toe verbindt de pup te laten steriliseren (dit om ongewenste nesten te voorkomen).
(Bron: Alison Jones, ‘Pups’)

De tijd dat honden gewoon van tafel meeaten, ligt ver achter ons. Tegenwoordig zijn er veel studies gebeurd, die onderzochten wat de juiste voeding is voor een hond. Ze leggen zich toe op het zoeken naar een evenwichtige samenstelling van een hondenvoer, zodat volledig wordt voldaan aan de basisbehoeften van de hond als omnivoor. Deze voedingen bevatten alle essentiële voedingsstoffen in de juiste verhouding, zodat een “onevenwichtige” voeding tot het verleden behoort.
In onze dierenartsenpraktijk bieden we u Hill’s voeding aan, speciaal ontwikkeld door en voor dierenartsen. Hill’s was het eerste bedrijf dat speciale voeding ontwikkelde als hulp in de behandeling van specifieke ziektes en aandoeningen bij honden. Ze hebben hun ervaring tevens ingezet voor de ontwikkeling van de beste dagelijkse voeding voor gezonde honden. Met Hill’s “Science Plan” heeft de firma een gamma ontwikkeld, dat voeding heeft voor uw jonge pup, de volwassen hond (zowel kleine, middelgrote, als grote rassen) of de oudere hond (senior). Naast de “Science Plan” lijn, bestaat: “Prescription Diet”, waarin een uitgebreid aantal voedingen zijn opgenomen voor specifiek klinische aandoeningen (overgewicht, nieraandoeningen, gastro-intestinale aandoeningen, voedselallergieën en –intolerantie, tandaandoeningen, skeletaandoeningen,…).
In ons dierenartsencentrum werken we voor beide gamma’s van Hill’s voedingen met een spaarkaart. Dit wil zeggen dat – na aankoop van 10 verpakkingen voeding - u de 11de verpakking gratis krijgt (korting van 10%). Deze spaarkaart is onbeperkt geldig.

Wat is een vaccinatie?
Een vaccinatie zorgt voor de opbouw van een bescherming (via antistoffen en afweercellen) tegen bepaalde ziekteverwekkers. Bij een vaccinatie wordt een kleine hoeveelheid vaccin, dat de ziekteverwekkers bevat, onder de huid ingespoten. Deze ziekteverwekkers zijn zo behandeld dat ze de hond niet ziek maken, maar zorgen ervoor dat de hond afweerstoffen aanmaakt tegen de ziekte. Komt u hond, na de vaccinatie, in contact met deze ziektekiemen dan zal hij/zij tegen deze aandoening beschermd zijn en wordt hij niet of veel minder ziek.
Vaccinatie van de pup
Pasgeboren pups krijgen de eerste dagen via de moedermelk afweerstoffen mee. Deze antistoffen bieden een tijdelijke bescherming gedurende enkele weken. Na het spenen (op de leeftijd van circa zes weken) dalen deze afweerstoffen echter snel, zodat de pup weer gevoelig wordt voor ziektes. Een basisvaccinatie bij de pup bestaat meestal uit twee tot drie vaccinaties (met een tussenperiode van enkele weken). Wij staan steeds ter uwer beschikking om samen met u het vaccinatieschema te bespreken en samen te stellen, afhankelijk van de leeftijd van de pup en de regio of leefomgeving. Vaak gebeurt de eerste enting reeds bij de fokker. Vraag daarom steeds het vaccinatieboekje, zodat wij u kunnen informeren wanneer de volgende vaccinatie dient plaats te vinden.
Vaccinatie van de volwassen hond
Een jaarlijkse hervaccinatie (of ‘booster’) is wel degelijk nodig bij de oudere hond. Het niveau van de bescherming, geboden door de vaccinatie, daalt immers in functie van de tijd. Het afweersysteem dient op regelmatige tijdstippen terug te worden gestimuleerd. Daarom dienen de meeste vaccins jaarlijks te worden herhaald. Bovendien kan de dierenarts bij de jaarlijkse hervaccinatie de algemene gezondheidstoestand van uw hond evalueren
Buitenland
Bij een bezoek aan het buitenland moet u steeds kunnen aantonen dat uw hond tegen hondsdolheid (rabiës) werd gevaccineerd. Voor de meeste landen is het voldoende dat u kunt laten zien, aan de hand van het Europees paspoort, dat deze vaccinatie is gebeurd (bij een eerste rabiësvaccinatie: 30 dagen voor vertrek; bij hervaccinatie: met onmiddellijke ingang). Sommige landen stellen nog bijkomende voorwaarden. Informeer u vooraf duidelijk wat de invoervereisten zijn van uw vakantiebestemming, zodat u ter plaatse niet voor verassingen komt te staan. (Voor meer info over de invoervereisten per land zie: www.vladiver.be/publieke-info-buitenland.aspx) Zie ook hoofdstuk ‘Op reis’
Overzicht van de voornaamste hondenziekten (waarvoor een vaccinatie bestaat)
Hondenziekte – ziekte van Carré
Een virus – nauw verwant aan het mazelenvirus bij de mens – veroorzaakt deze ziekte. De voornaamste symptomen zijn: neusvloei, oogvloei, hoest, zenuwsymptomen, soms ook braken en diarree. Deze ziekte kan leiden tot blijvende invaliditeit of sterfte.
Parvovirose – Kattenziekte
Een erg besmettelijke en in vele gevallen dodelijke ziekte, die vooral gevreesd is bij pups. Parvovirose geeft aanleiding tot hevig braken, bloederige diarree en uitdroging
Leptospirose – rattenziekte
Leptospirose is een bacteriële aandoening, die kan overgaan op de mens. De besmettingsbron is de bruine rat, die voorkomt in beekjes en grachten of langs een rivier (Nete). Hoofdzakelijk worden de nieren en lever aangetast en de ziekte gaat gepaard.
Besmettelijke hepatitis
Ernstige leveraandoening, die wordt gekenmerkt door zeer hoge koorts, bleek tandvlees, braken, buikpijn en in vele gevallen geelzucht.
Kennelhoest – infectieuze tracheobronchitis
Ademhalingsziekte met aantasting van de luchtpijp en bronchen. Veroorzaakt een typische droge hoest. Deze vaccinatie is vaak vereist bij plaatsing in een pension of kennel en is tevens aan te raden, indien u met uw hond naar een hondenschool gaat.
Hondsdolheid – rabiës
Dit is de meest gevreesde hondenziekte, die bijna steeds een dodelijke afloop kent. Ook voor de mens is hondsdolheid dodelijk. Rabiës veroorzaakt een aantasting van de hersenen met gedragswijzigingen als gevolg (agressie). Ten Zuiden van Samber en Maas is de vaccinatie tegen rabiës verplicht. Voor buitenlandse reizen is een rabiëscertificatie in het Europees paspoort verplicht.
(Bron: Intervet, ‘Vaccinaties’)

Honden worden vaak geplaagd door wormen, vooral infecties met spoelwormen en lintwormen komen voor in ons land. Een wormenbesmetting kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid van uw hond, het kan leiden tot darmproblemen, orgaanletsels, bloedarmoede, vermageren en bij pups kan een ernstige worminfecties zelfs dodelijk aflopen.
Spoelwormen
De spoelwormen bij honden zijn ongeveer 9 tot 17cm lang en zien eruit als spaghettidraden. Pups zijn bijna altijd besmet met spoelwormen, maar bij volwassen dieren is de besmetting soms nauwelijks merkbaar.
Hoe raakt uw hond besmet?
Alle honden snuffelen graag overal rond. Als één van die plaatsen besmet is door wormeieren, krijgt uw hond er automatisch een paar op de pootjes, vacht of neus. Het dier hoeft zich vervolgens maar even te likken om de wormeieren binnen te krijgen. Bovendien kunnen wijzelf de eitjes via onze schoenen mee in huis brengen. Zonder dat u het merkt, wordt uw huisdier zo besmet en komen de wormeitjes in het maagdarmkanaal. Daar ontwikkelen ze zich tot wormlarven, die de darmwand doorboren en een ingewikkelde tocht door het lichaam maken. Na een aantal weken worden ze pas volwassen spoelwormen. Een ander deel van de larven ontwikkelt zich niet en blijft in rustfase achter in de spieren en het vetweefsel. Zodra een teefje drachtig wordt, ‘ontwaken’ deze larven en trekken naar het melkklierweefsel, waar ze de pups besmetten via de moedermelk. Bovendien geeft een teefje de wormen ook vóór de geboorte aan haar pups via de baarmoeder. Drie tot vier weken later zijn deze spoelwormen volwassen geworden in de darm van de pup. De volwassen spoelwormen zijn zeer vruchtbaar en leggen tot 200 000 eitjes per dag. Zo besmetten zij de omgeving, andere soortgenoten, maar ook de mens en met name kinderen. Recent is er aangetoond dat er een relatie bestaat tussen spoelwormbesmetting en allergische astma bij de mens. We mogen ervan uitgaan dat praktisch alle jonge honden besmet zijn met spoelwormen. Van de volwassen honden is 20% tot 30% besmet.
Alle reden dus om uw hond regelmatig te ontwormen. Pups kan u best tijdens de twee eerste levensmaanden om de twee weken ontwormen, vanaf de leeftijd van drie maanden maandelijks en vanaf de leeftijd van een halfjaar om de zes maanden. Een volwassen dier kan u best tweemaal per jaar ontwormen. In onze praktijk zijn er verschillende ontwormingsmiddelen voorradig. Wij adviseren u graag over het meest geschikte middel en de juiste dosering voor uw hond.
Lintwormen
Lintwormen leven eveneens in de darm van uw huisdier en kunnen van enkele millimeters tot enkele meters lang zijn. De meest voorkomende lintworm is de Dipylidium caninum. Deze lintworm bestaat uit een kop, een hals en een groot aantal schakels, die gevuld zijn met tientallen lintwormeitjes.
Hoe raakt uw huisdier besmet?
De lintwormschakels zijn te vinden in de uitwerpselen of op de vacht van uw huisdier. Deze schakels zie je vaak op de ontlasting of rond de anus van uw huisdier. Ze zien eruit als rijstkorrels. Deze schakels, die gevuld zijn met eitjes, worden opgenomen door een ander dier (= ‘tussengastheer’, o.a. konijnen, muizen, vlooien,…), waarin de eitjes zich ontwikkelen tot lintwormlarven. Door de tussengastheer op te eten of door een beet, wordt uw hond besmet. De lintwormlarven komen vervolgens vrij in de darm en ontwikkelen zich tot volwassen lintwormen.
Hoe merkt u een lintwormbesmetting op?
Meestal vermagert uw huisdier en heeft het een doffe vacht. Braken kan tevens één van de symptomen zijn.
Ook de mens kan besmet worden via overdracht door vlooien. Lichte buikklachten zullen hiervan het gevolg zijn. Een waar gevaar voor de mens is echter een besmetting door de zogenaamde vossenlintworm (Echinococcus granulosus). Deze lintworm kunt voor in de Belgische Ardennen en elders in Zuid-Europa). Actief jagende jachthonden lopen dus meer kans om besmet te worden met deze lintworm. Deze lintwormen leiden tot cysten en gezwellen in levensbelangrijke organen als lever en longen. De mens kan geïnfecteerd raken door contact met besmette dieren (honden, vossen of katten) of door het eten van bezoedelde bosbessen.
Behandeling
Een kuur tegen de Dipylidium caninum is doorgaans alleen nodig als u lintwormschakels in de ontlasting ziet. Door een goede vlooienbestrijding helpt u immers een lintwormbesmetting te voorkomen. Voor jachthonden is het verstandig om in overleg met uw dierenarts een ontwormingsplan op te stellen.
(Bron: Bayer, ‘Wormen’)

Vlooien en teken zijn huidparasieten, die veel ongemak en medische problemen kunnen veroorzaken, zowel bij uw huisdier, als bij uzelf.
VLOOIEN
Vlooien zijn vleugelloze insecten. Ze zijn 1.5 tot 6 mm grote bruine insecten met lange, krachtige poten, waarmee ze sprongen van wel 30cm kunnen maken. Wereldwijd zijn er wel 2200 verschillende soorten vlooien, maar in onze contreien zien we vooral drie verschillende soorten, waarvan de kattenvlo in het merendeel van de gevallen bij de hond en de kat worden vastgesteld.
De volwassen vlo voedt zich met bloed van de hond. Een volwassen vlo kan tot 15 maal haar eigen gewicht aan bloed per dag opnemen. Vervolgens plant ze zich voort en legt – tot wel vijftig – eitjes per dag. De vlooieneitjes belanden vooral op plaatsen waar de hond vaak ligt. Na enkele weken ontwikkelt het eitje zich tot larve. Deze larfjes voeden zich ondermeer met huidschilfers en de ontlasting van de volwassen vlooien in haar omgeving. Als de larve is uitgegroeid, verpopt zij zich in een cocon. Het popstadium kan maanden duren maar uiteindelijk komt er een nieuwe vlo uit en begint de cyclus opnieuw. Vroeger vermenigvuldigden de vlooien zich vooral in de zomermaanden, maar nu weten ze zich in onze goede verwarmde huizen het hele jaar door te handhaven en soms ware vlooienplagen te veroorzaken.
Problemen door vlooien
Soms veroorzaken de beten van vlooien alleen wat huidirritatie, maar als de hond veelvuldig wordt gebeten, kan dat – zekere bij jonge pups – leiden tot ernstige bloedarmoede. Bovendien kunnen volwassen vlooien drager zijn van de lintworm en derhalve een lintworminfectie overbrengen. Grote problemen kunnen ontstaan bij dieren die allergisch worden voor het speeksel van de vlo. Ze ontwikkelen allergische huidziekten, die met veel jeuk gepaard gaan. Door veel te krabben maakt de hond bovendien zijn huid stuk, waardoor infecties met bacteriën en schimmels in de mogelijkheid zijn om de huidproblemen nog te verergeren. Bovendien bijten de vlooien ook mensen en veroorzaken huidirritatie en sterk jeukende beten.
Bij de verzorging van uw hond hoort derhalve een goede vlooienbestrijding. In onze praktijk beschikken we over de nieuwste middelen, zowel middelen die de vlooien en eitjes doden, als middelen waarmee u de directe omgeving van de hond kunt behandelen. Deze middelen zijn veilig voor de hond zelf en voor de mens, zijn makkelijk aan te wenden, waterbestendig en milieuvriendelijk.
In samenspraak met u adviseren wij u graag welke middelen het meest geschikt zijn voor uw huisdier.
(Bron: Merial, ‘Vlooien: ongewenste gasten’)
TEKEN
Er zijn verschillende soorten teken, waarvan er in de Benelux slechts een aantal belangrijk zijn. Ze behoren tot de zogenaamde harde teken (Ixodae), die een rugschildje bezitten. De gewone, algemeen voorkomende teek, is de Ixodes ricinus. Teken zijn kleine bruinzwarte parasieten van 1 tot 3 mm groot, die zich uitsluitend kunnen voeden met het bloed van u of uw huisdier. Zij vervellen een aantal malen voordat ze volwassen worden. Voor iedere vervelling hebben zij een bloedmaaltijd nodig. De bloedmaaltijd kan 2 tot 25 dagen duren, waarna de teek van de gastheer valt om met de volgende fase van zijn levenscyclus te beginnen.
De activiteit van teken hangt samen met het klimaat. Het voorjaar en de herfst zijn bekende risicoperiodes voor het oplopen van besmettingen met teken. Teken (voornamelijk de ‘zachte’) zijn in stedelijke gebieden ook gedurende de winter actief, omdat onze huisdieren in een verwarmde omgeving verblijven.
Door teken overgebrachte ziekten
Het zich in de huid vastzetten van de teek geeft vaak jeuk en irritatie. Zelfs na het loslaten van de teek kan er zich gedurende enige tijd een verdikking en ontsteking van de huid voordoen.
Wereldwijd zijn teken verantwoordelijk voor het overbrengen van vele ziekten. In de Benelux is de belangrijkste ziekte, die door teken wordt overgebracht, de Ziekte van Lyme. Deze wordt veroorzaakt door de bacterie, Borrelia burgdorferi en is gevaarlijk voor de mens. Gevaarlijker voor honden is de Dermacentor teek, die vooral wordt aangetroffen in de warmere streken rond het Middelandse Zee gebied, maar haar weg opwaarts naar onze contreien volgt. Deze teek is overbrenger van de ziekte Babesiose. Dat is een voor de hond levensbedreigende ziekte, die de rode bloedlichaampjes vernielt. Bloedarmoede, bloedplassen, geelzucht, nierbeschadigingen en lusteloosheid zijn de symptomen van deze aandoening. Overdracht van deze ziekte vindt doorgaans pas 48 uur na het aanhechten plaats.
Bestrijding van teken
Door het gebruik van middelen, die teken binnen de 48 uur na aanhechting doden, wordt het risico op ziekte-overdracht sterk verminderd. Naast middelen, die alleen teken bestrijden, bestaan er middelen die vlooien én teken in één behandeling bestrijden.
Zorg voor een regelmatige controle van de vacht van uw hond na wandelingen in de natuur. Zelfs bij het gebruik van middelen tegen teken, kunnen bij een inspectie levende teken op het dier worden gevonden, aangezien het afdoden van de teek enige tijd in beslag kan nemen. Uw huisdier kan immers iedere keer bij het naar buiten gaan een nieuwe tekenbesmetting oplopen. Vindt u maar enkele teken, dan kunt u die best zo snel mogelijk verwijderen. De kans op besmetting met eventuele ziektes is dan het kleinst.
Verdoof de teek niet vooraf, maar pak hem met een pincet of tekentang (foto) en trek hem met een licht draaiende beweging uit de huid. Ontsmet nadien het wondje met isobetadine. De verwijdering van teken dient op de juiste manier te gebeuren, anders kan de zuigsnuit afbreken en in de huid blijven vastzitten. Dit kan leiden tot een plaatselijke infectie van de huid.
In onze praktijk staan we tot uwer beschikking om u uitleg te verschaffen over de juiste verwijderingtechnieken van teken. Bovendien beschikken wij over de nieuwste middelen om teken op een veilige en effectieve manier te doden en zo besmetting met ernstige ziekten te voorkomen. Voor een vakantie in Zuidelijke landen zullen we u ook adviseren, welke middelen u best gebruikt om de daar voorkomende teken en andere insecten (zandvliegen), die overbrengers zijn van ernstige ziekten (o.a. Babesiose, Leismaniasis,…), te bestrijden.
(Bron: Merial, ‘Teken: Pas op uzelf en uw hond’)

HET TEEFJE
De vrouwelijke hond wordt gedurende haar leven gemiddeld 2 keer per jaar loops. De loopsheidperiode is de periode, waarin het teefje vruchtbaar wordt en duurt ongeveer drie weken, maar er zijn individuele verschillen. De eerste loopsheid vindt meestal plaats op een leeftijd van 6 tot 12 maanden, bij kleine rassen vaak eerder dan bij grote. Rond de elfde tot dertiende dag, nadat de bloeding is begonnen, is het teefje het vruchtbaarst. Dit zijn echter indicatieve dagen, want soms kan dit reeds een week eerder of later het geval zijn. Tijdens de vruchtbare dagen zal het teefje proberen te ontsnappen om zich te laten dekken. Daarom is het aangeraden om – tijdens de gehele loopsheidperiode – het teefje aangelijnd uit te laten.
De uitwendige tekenen van loopsheid zijn gemakkelijk te herkennen:
- Een gezwollen vulva
- Bloedverlies uit de vulva gedurende 1 tot 3 weken
- De teef wordt aantrekkelijk voor reuen
Sommige teven worden 6 à 8 weken na de loopsheid ‘schijnzwanger’. Ze gedragen zich alsof een nestje gaan krijgen en vertonen één of meer van de volgende symptomen:
-
Zwelling van de melkklieren en zelfs melkproductie
-
Het slepen met nestmateriaal of graven van kuilen
-
Veranderd gedrag: sommige honden worden erg aanhankelijk, andere agressief of depressief. Soms stelt men tevens een verminderde eetlust vast
Schijnzwangerschap gaat na enkele weken vanzelf over, maar als het teefje er erg veel last van heeft, is het geven van medicatie nodig om de klachten te verlichten. Als een hond eenmaal schijnzwanger is geweest, stellen we in de praktijk vast dat het fenomeen zich bij sommige honden herhaalt na elke loopsheidperiode.
Redenen om loopsheid te voorkomen
- Praktische redenen
-
Het bloedverlies: bij kleine hondjes valt dit meestal wel mee, maar bij grotere rassen kan dit erg hinderlijk zijn in huis.
-
De aanwezigheid van reuen in of rond het huis. Vooral als u naast een teefje ook een rui in huis hebt rondlopen, kan de loopsheidperiode ontaarden in een ware hel. Je moet als eigenaar voortdurend alert blijven om beide honden gescheiden te houden.
-
Soms heeft het teefje veel last van haar loopsheid of is ze al meerdermalen schijnzwanger geworden.
- Medische redenen
-
Pyometra of baarmoederontsteking: dit is een potentieel levensbedreigende aandoening, die zich vaker voordoet wanneer uw hond een dagje ouder wordt.
-
Borstkanker (melkkliertumoren) of mammatumoren: uit onderzoek is gebleken dat door sterilisatie de kans op melkkliertumoren bij oudere teefjes sterk daalt.
-
Minder kans op suikerziekte op oudere leeftijd.
-
Drachtigheid (zwangerschap) voorkomen. Het kan zijn dat u reeds bij de aanschaf van uw pup heeft beslist, dat u nooit een nestje wil. Bovendien moet u weten dat het een fabel is dat het voor een teefje haar gezondheid noodzakelijk is om tijdens haar leven best één nestje te krijgen.
Wilt u niet kweken met uw hond en wil u loopsheid voorkomen, dan is het aangeraden om de eierstokken en eventueel de baarmoeder operatief te laten verwijderen. In de volksmond spreken we van “sterilisatie”, hoewel castratie de juiste term is. Door deze castratie wordt de eicelproductie gestopt en de productie van vrouwelijke hormonen sterk beperkt. Het teefje wordt onvruchtbaar, niet meer loops en niet meer schijnzwanger. Het beste moment voor deze ingreep is 2 tot 3 maanden na de loopsheid. Op dat moment bevindt de baarmoeder zich in rust. Het best gebeurt deze ingreep na de eerste loopsheid, maar kan op elke leeftijd plaatsvinden.
Gesteriliseerde teven hebben soms de neiging om rustiger te worden, waardoor het levensgewicht toeneemt. Een regelmatige gewichtscontrole, gecombineerd met een eventueel dieet kan dit euvel evenwel voorkomen. Uitzonderlijk kunnen er problemen ontstaan met het ophouden van de urine (incontinentie). Dit probleem kan door middel van medicijnen worden verholpen.
Een tweede methode om loopsheid te voorkomen is door het regelmatig toedienen van hormonen, de zogenaamde “prikpil”. De prikpil voorkomt dat de hond loops wordt, maar vermijdt geen schijnzwangerschap. Als de behandeling wordt stop gezet, wordt de teef terug loops, soms al snel, soms pas na geruime tijd. Door deze behandeling is er geen operatie nodig, maar – vooral bij langdurige toediening – vergroot de kans op baarmoederontsteking, melkkliertumoren en/of suikerziekte. Dit heeft tot gevolg dat de hond, terwijl ze oud en ziek is, toch nog een buikoperatie moet ondergaan.
DE REU
Bij de castratie van de reu worden via een kleine incisie beide testikels verwijderd. Hierdoor wordt de zaadvorming gestopt en de productie van mannelijke hormonen sterk verminderd, waardoor de reu zijn belangstelling voor loopse teven verliest.
Het is niet noodzakelijk om elke reu te laten castreren, maar volgende klachten kunnen tot deze beslissing aanleiding geven:
-
De reu probeert steeds weg te lopen, wanneer er zich in de buurt een loops teefje bevindt.
-
De reu vertoont tekenen van hyperseksualiteit, zoals in huis plassen of tegen iemand “oprijden”
-
De reu vertoont dominant tot agressief gedrag tegenover andere reuen.
-
Bij bepaalde lichamelijke aandoeningen, zoals prostaatvergroting, testikeltumor,…
Iedere volwassen hond kan in principe worden gecastreerd. Het is mogelijk dat hij daarna rustiger wordt, zodat zijn lichaamsgewicht goed moet worden opgevolgd om te vermijden dat hij gaat lijden aan overgewicht. Het kan nodig zijn om zijn rantsoen voer aan te passen na de castratie.
Als men niet zeker weet of het ongewenste gedrag van de hond te wijten is aan zijn hormonale productie, kunnen we eerst opteren voor een “chemische” castratie. Met behulp van een inspuiting wordt tijdelijk de productie van mannelijke hormonen stil gelegd. In die tijd kan worden beoordeeld of de klachten verminderen. Als het ongewenst gedrag onveranderd blijft, wordt het duidelijk niet veroorzaakt door mannelijke hormonen, maar wijst het op gedragsproblemen, die een andere aanpak vereisen. Verdwijnen de problemen wel, dan is castratie zinvol om een blijvende oplossing te bieden.
(Bron: SAVAB, ‘Geboorteregeling bij de hond’)

Er kunnen veel redenen zijn waarom uw huisdier een ingreep moet ondergaan. Het kan gaan om een zogenaamde routine-ingreep (bijv. sterilisatie, castratie, …) of om een gecompliceerde operatie (bijv. knie-operatie,miltextirpatie,…) Enige toelichting omtrent wat een operatie van uw huisdier juist inhoudt, is noodzakelijk, omdat zelfs routine-ingrepen een mogelijk risico met zich meebrengen. De recent ontwikkelde verdovingsmiddelen en anesthesiebewaking herleiden dit risico echter tot een strikt minimum.
Voorzorgen, die u in acht moet nemen:
-
Het dier moet zo gezond mogelijk aan de operatie beginnen, d.w.z. gevaccineerd, ontwormd en vrij van huidparasieten.
-
Omdat tijdens de operatie strikt hygiënische normen in acht worden genomen, moet uw huisdier zo schoon mogelijk zijn. Best borstelt u uw huisdier goed vooraf en eventueel wordt het gewassen.
-
Het dier moet nuchter worden aangeboden. Ongeveer 12 uur voor de operatie mag uw huisdier geen vast voedsel meer krijgen, het drinken mag wel blijven staan.
-
Tevens is het belangrijk dat uw huisdier voor de ingreep uitgebreid de mogelijkheid heeft gehad om zijn behoefte te doen. Laat uw hond best nog even uit vooraleer hem binnen te brengen.
Het preoperatief onderzoek
Voor de operatie zal de dierenarts een klinisch onderzoek bij uw huisdier uitvoeren. De dierenarts controleert de ademhaling en het hart om eventuele risico’s tijdens de narcose te vermijden. Bij oudere honden gaan we bij sommige indicaties tevens over tot bloedonderzoek om afwijkingen aan bijvoorbeeld lever of nieren te kunnen diagnosticeren.
De narcose
Uw huisdier wordt onder narcose gebracht op dezelfde manier als een mens. Vooraf wordt uw huisdier gekalmeerd met behulp van premedicatie (sedatief). Dit sedatief, dat uw huisdier in een rusttoestand brengt, wordt ingespoten in de spier of rechtstreeks in de ader. Door dit kalmeermiddel wordt de hoeveelheid verdovingsstof, die nodig is om uw huisdier onder volledige anesthesie te brengen, verminderd en worden eventuele neveneffecten van die verdovingsstof vermeden.
Na de premedicatie wordt uw huisdier naar de hospitalisatieruimte gebracht, waar de premedicatie in alle rust en stilte haar kalmerend effect kan ressorteren.
Na circa een kwartier wordt uw huisdier vervolgens naar de operatieruimte gebracht, waar een katheder wordt aangebracht. Via deze katheder wordt vervolgens de verdovingsvloeistof toegediend. Afhankelijk van de ingreep beslist de dierenarts of er gasanesthesie nodig is. Het doel van de verdoving is het pijngevoel en bewustzijn van uw huisdier uit te schakelen.
De postoperatieve zorgen
Als gevolg van de narcose treedt er een daling op van de lichaamstemperatuur. De ademhaling en bloedcirculatie vertragen immers onder invloed van de narcose. Bij het ontwaken is het derhalve zeer belangrijk om aandachtig te observeren of al deze functies zich optimaal herstellen.
Het ontwaken gebeurt in onze praktijk in - daarvoor speciaal ontworpen – hospitalisatiekooien. Deze kooien hebben ofwel vloerverwarming, ofwel warmtelampen, zodat uw huisdier snel zijn normale lichaamstemperatuur opbouwt. Bovendien is er voor gezorgd dat uw huisdier zich niet kan verwonden bij zijn eerste wankele pogingen om terug recht te komen. De ademhaling mag niet worden belemmerd, daarom wordt uw huisdier met gestrekte hals in de kooi gelegd.
Om een rustig ontwaken mogelijk te maken bevindt het dier zich best in een niet te heldere, niet te luidruchtige omgeving. Daarom zullen wij slapende dieren niet naar huis laten gaan. Uw huisdier mag pas naar huis indien het volledig wakker is en dit ondanks het ongeduld en ongerustheid waarmee u op zijn thuiskomst zit te wachten.
De nazorg thuis
Hier geldt dezelfde regel als postoperatief: geef uw huisdier een warme, rustige en niet te lichte omgeving, waar het zich niet kan bezeren. Van zodra het dier ertoe in staat is, mag het drinken. Voeding geeft u best niet gedurende 12 uur na de operatie.
Een hond kan u best even uitlaten om zijn behoefte te doen. Uitlaten gebeurt onder controle (leiband of beperkte ruimte). Springen en spelen dient u te vermijden totdat de wonde stevig genoeg is.
Na vijf dagen is de huidwonde meestal stevig genoeg om normale activiteiten toe te laten. Na 10 dagen vragen wij u om op controle te komen, zodat de huidhechtingen kunnen verwijderd worden en we de wondheling kunnen controleren. Deze controle is kosteloos.
Als u postoperatieve medicatie meekrijgt, zullen we niet nalaten de juiste dosering op de verpakking of het medicatiezakje te vermelden. Meestal moet deze medicatie pas de dag na de operatie worden opgestart, omdat gelijkaardige medicatie tijdens of vlak na de operatie intraveneus of intramusculair werd toegediend.
Waarop moet u attent zijn na de operatie?
-
U moet vermijden dat uw huisdier overmatig gaat likken of bijten aan de wonde. Dit euvel kan eventueel verholpen worden door een kraag. Accepteert uw huisdier de kap absoluut niet, dan zullen we in sommige gevallen opteren voor een oud T-shirt of sok.
-
Na een twee- tot drietal dagen zou de eetlust van uw huisdier volledig hersteld moeten zijn. Braken één dag na de operatie is abnormaal.
-
Overvloedig nabloeden (een paar druppeltjes bloed is wel normaal).
-
Overmatig zwellen van de wonde.
-
Overmatige productie van wondvocht.
Heeft u twijfels na de ingreep, aarzel dan niet om met ons contact op te nemen.
(Bron: SAVAB, ‘De operatiepatiënt’)

In de vakantieperiode moet u even stilstaan wat er in die periode gaat gebeuren met uw huisdier. Er bestaan een aantal mogelijkheden en hier volgen enkele tips, die u kunnen helpen om volop te genieten van uw vakantie.
U heeft besloten dat uw huisdier mee op vakantie gaat naar het buitenland.
Als u uw huisdier mee op vakantie neemt, zijn er enkele zaken waaraan u vooraf moet denken voor een aangenaam en gezond verblijf. Elk land heeft zijn eigen voorwaarden en eisen om een huisdier op zijn grondgebied toe te laten. Wij staan altijd ter uwer beschikking om u hierover meer informatie te verschaffen.
Algemeen kan men stellen dat in Europese landen de volgende verplichtingen moeten worden nageleefd:
-
De identificatie van uw huisdier door middel van een microchip of tatoeage.
-
Een Europees paspoort (verplicht sinds 1 oktober 2004).
(Meer informatie vindt u op volgende website : http://www.abiec-bvirh.be/).
-
Vaccinaties:
Waarschijnlijk krijgt uw huisdier jaarlijks een ‘cocktail’-enting, waardoor hij of zij beschermd is tegen de belangrijkste besmettelijke honden- of kattenziekten. Voor bijna alle landen moeten honden of katten ook tegen hondsdolheid (rabiës) worden ingeënt. Bij een eerste rabiësvaccinatie dient dit minimum 30 dagen voor vertrek te gebeuren en ze is voor 3 jaar geldig. Voor sommige landen, zoals bijvoorbeeld Engeland en de Scandinavische landen, moet tevens een bloedonderzoek gebeuren om te bepalen of na de inenting voldoende antistoffen zijn opgebouwd. Deze bloedname moet plaats hebben minstens zes maanden voor uw vertrek. Aarzel niet om ons te contacteren, zodat wij u de nodige verplichtingen omstandig kunnen uitleggen. (Kijk voor meer informatie over welke eisen worden gesteld in de verschillende landen: http://www.vladiver.be/publieke-info-buitenland.aspx).
-
Een gezondheidscertificaat dient u bij uw dierenarts op te halen enkele dagen voor uw vertrek. Hierin verklaart de dierenarts dat uw huisdier klinisch gezond is.
-
Denk eraan dat het in sommige landen verplicht is om honden op publieke plaatsen aan de leiband te houden of zelfs een muilband om te doen.
Bovendien moet u weten dat er in het buitenland andere ziekten voorkomen, waartegen u uw huisdier kunt beschermen. Hier volgen enkele tips voor een aangenaam en gezond verblijf:
-
Bescherm uw huisdier tegen teken of andere parasieten. In Zuid-Europa kunnen teken drager zijn van zeer ernstige ziekten, zoals bijv. Babesiose en Ehrlichiose. Deze ziekten zijn erg moeilijk te behandelen en kunnen dodelijk zijn. Daarom is het belangrijk te voorkomen dat er teken op de hond komen. Wij geven uw graag raad over de beste preventiemiddelen tegen teken, zodat u , samen met uw huisdier, probleemloos naar uw vakantiebestemming kan vertrekken.
-
O.a. in Frankrijk en in het Middellandse Zeegebied bestaat het gevaar van zandvliegen. Deze zandvliegjes zijn overdrager van de zeer ernstige ziekte Leishmaniose, die bovendien moeilijk te behandelen is. Honden, die met hun eigenaar meegaan naar deze landen lopen een aanzienlijk risico. Contacteer ons daarom vooraf, zodat we u kunnen informeren over het meest geschikte middel om uw huisdier tegen deze ziekte te beschermen.
-
De hartworm: deze worm is terug te vinden in het hart. Een hond of kat, die wordt gestoken door een vlieg, die drager is van de hartworm, kan worden besmet met de larfjes van de Dirofilaria immitis. In het lichaam groeien de larven uit tot wormen van wel 25 centimeter lang. Ze kunnen jarenlang in leven blijven en nestelen zich in het hart en de longslagaders. Vooral onder de lijn Parijs - Milaan komt de hartworm voor, met de hoogste besmettingscijfers in riviergebieden als de Po-vlakte in Italië en de Rhône-delta in Frankrijk. Preventie is wederom erg belangrijk en een gewone wormenkuur tegen lint- en spoelwormen werkt niet. Wij adviseren u graag over de aangepaste behandeling om dit probleem te vermijden.
De reis
Het is belangrijk dat u de reis voor uw huisdier zo aangenaam mogelijk maakt. Hieronder enkele tips:
-
Wen uw huisdier vooraf aan het autorijden. Moest hierbij blijken dat hij of zij last heeft van wagenziekte, dan kunnen we u medicatie verschaffen om dit euvel te voorkomen.
-
Las voldoende rustpauzes in tijdens de trip naar uw vakantiebestemming. Lang stilzitten is voor uw huisdier niet aangenaam. Geef uw huisdier de tijd om tijdens een stoppauze zijn behoefte te doen en even ‘zijn pootjes’ te strekken.
-
Neem drinkwater en een bak mee, want niet op iedere parkeerplaats is vers water verkrijgbaar.
Terug thuis
Houd uw huisdier na het verlof in de gaten en indien u iets verdacht opmerkt, aarzel dan niet om ons te contacteren. Best kan u uw huisdier na de reis ontwormen. Door het snuffelen in een vreemde omgeving kan u huisdier namelijk een wormbesmetting opgelopen hebben. En terug thuis geldt ook: voorkomen is beter dan genezen.
U heeft ervoor gekozen uw huisdier thuis te laten.
Als u ervoor kiest uw hond thuis te laten, is de keuze van een pension of kennel meestal de volgende stap. Ook in een pension kan uw hond een leuke vakantie hebben. Geen lange autoritten en lekker spelen met andere soortgenootjes. Toch vergt een pensionbezoek enkele voorbereidingen van uw kant. De meeste pensions vragen dat uw dier tegen allerlei aandoeningen beschermd wordt. Informeer vooraf bij de pensionuitbater welke de toelatingsvoorwaarden zijn. Vergeet tevens niet om ruim vooraf een plaatsje te bespreken voor het verblijf van uw huisdier, want in de zomerperiode zijn deze plaatsen vaak volledig bezet.
Meest voorkomende toelatingsvoorwaarden:
-
Bij goede hondenpensions kan u alleen terecht als de jaarlijkse inenting van uw hond nog geldig is. Bovendien is het aan te raden – en vaak ook verplicht – om uw hond tegen kennelhoest te laten vaccineren. Om een optimale bescherming tegen kennelhoest te garanderen is het aangeraden deze vaccinatie enkele weken voor het verblijf in de kennel te laten uitvoeren.
-
Bescherming tegen vlooien, teken en andere parasieten. Een goede, preventieve vlooienbestrijding is het hele jaar door aan te raden, zeker als uw hond naar een pension gaat. Hij komt daar in contact met veel andere honden en u wilt natuurlijk niet dat uw hond andere honden besmet of vice versa.
-
Uw dier moet goed ontwormd zijn, want wormen kunnen zowel bij uw dier als bij de andere pensiongasten nare gevolgen hebben.
U blijft thuis of heeft beslist dat uw huisdier bij familie of vrienden gaat logeren of dat uw huisdier thuis wordt verzorgd.
In dat geval is een goede teken- en vlooienbestrijding gedurende het hele zomerseizoen aan te raden. Ook als u in België op vakantie gaat of uw huisdier blijft thuis of gaat logeren bij familie of vrienden, moet het tegen deze parasieten worden beschermd. In België komen teken steeds vaker voor en zij kunnen overbrenger zijn van de gevreesde Ziekte van Lyme, die ook voor mensen gevaarlijk is. Teken komen vooral voor in bossen, duinen en struikachtige gebieden. Tijdens wandelingen is het gevaar groot dat één of meerdere teken op uw hond vallen. Een goede preventie is daarom wederom aan te raden.
Indien uw huisdier mee naar de Ardennen gaat, is een vaccinatie tegen rabiës verplicht.
(Bronnen: Alison Jones, ‘Honden’; Intervet: ‘Vakantiekriebels’)

Net als bij de mensen is een goede mondverzorging bij huisdieren van groot belang om het gebit en het tandvlees een leven lang gezond te houden. Uit onderzoek blijkt dat 80% van de honden rond de leeftijd van twee jaar een tandaandoening heeft.
De mondproblemen beginnen vaak met een ophoping van tandplak, een kleverige laag die continu op de tanden wordt gevormd. Als een behandeling uitblijft, kan de tandplak verkalken tot tandsteen, dat stevig vastzit op de oppervlakte van de tanden. Tandplak en tandsteen kunnen aanleiding geven tot gingivitis of tandvleesontsteking. De tandvleesontsteking is erg pijnlijk voor uw hond, zeker tijdens de maaltijden, een kan leiden tot paradontale aandoeningen. Tandplak zorgt er bovendien voor dat de structuren, die de tanden ondersteunen, worden beschadigd, zodat de tanden los komen te zitten. Infecties, ten gevolge van tandaandoeningen, zijn verantwoordelijk voor een slechte adem. Daarenboven kunnen zich vanuit de infectie bacteriën verspreiden via de bloedbaan van uw hond, bacteriën, die zich vervolgens nestelen in vitale organen, zoals het hart, de lever en de nieren.
Tandaandoeningen bij huisdieren kunnen de volgende oorzaken hebben:
-
Slechte mondverzorging:
Zonder een goede preventieve zorg kunnen tandplaque en tandsteen ontstaan, die kunnen leiden tot gingivitis en paradontale aandoeningen.
In onze praktijk beschikken we over een aantal mondhygiëneproducten (zowel tandpasta, als kauwstrips), die speciaal werden ontworpen om tandplakophoping en de gevolgen ervan te voorkomen. Deze producten bevatten een enzymatisch complex, dat ervoor zorgt dat de ontwikkeling van de bacteriën in de mondholte drastisch wordt verminderd, waardoor een bescherming ontstaat tegen schadelijke bacteriën, die een slechte adem en ophoping van tandplak veroorzaken.
-
Ras:
Te dicht opeen of scheef staande tanden zijn vaker een probleem bij kleinere hondenrassen (bijv. Yorkshire terrier, Chihuahua, Lhasa Apso …) en kunnen leiden tot paradontale aandoeningen.
-
Voeding:
Kleverige voeding kan bij een huisdier leiden tot snellere ophoping van tandplak. Daarom beschikken wij in onze praktijk over Hill’s Prescription Diet Canine t/d droogvoeding. Deze brokken zijn speciaal ontworpen om een bijdrage te leveren aan de gebitsverzorging van uw huisdier. Klinische tests hebben uitgewezen dat deze brokken zeer effectief zijn. In vergelijking met andere droogvoeders zijn de brokken groter en vallen niet onmiddellijk uiteen als uw hond erop bijt. In plaats daarvan dringt de tand diep in de brok door, zodat afzettingen van tandplak en andere etensresten van het tandoppervlakte worden verwijderd. Hill’s Canine t/d droogvoeding is een volledige en uitgebalanceerde voeding voor dagelijks gebruik, die andere supplementen overbodig maakt
-
Leeftijd:
Tandaandoeningen doen zich vaker voor naarmate huisdieren ouder worden.
Hoe herkent u de symptomen van tandaandoeningen?
Bij de jaarlijkse vaccinatie en gezondheidscontrole zal de dierenarts het niet nalaten het gebit van uw hond te controleren. Er zijn verscheidene aanwijzingen die erop wijzen dat uw huisdier tandproblemen heeft:
-
Slechte adem
-
De aanwezigheid van geelbruin tandsteen
-
Rood, gezwollen of bloedend tandvlees
-
Pijn bij het eten
-
Krabben aan de mond
-
Moeizaam kauwen en zelfs verminderde eetlust
-
Verlies van tanden
-
Kwijlen
Belangrijk is evenwel om – zelfs als uw hond geen van bovenstaande verschijnselen vertoont – het gebit regelmatig te laten controleren door de dierenarts. Sommige problemen zijn niet onmiddellijk te constateren en vooral oudere huisdieren zijn bijzonder vatbaar voor tandaandoeningen.
De dierenarts heeft tandproblemen vastgesteld bij uw huisdier, wat nu?
Afhankelijk van de aard van het tandprobleem zal de dierenarts beslissen tot een routinebehandeling voor het reinigen van het gebit of tot een operatieve ingreep.
In ernstige gevallen zal de dierenarts adviseren om losse of beschadigde tanden te trekken. Maar als er geen specifieke problemen zijn, zal de dierenarts u adviseren het gebit van uw huisdier grondig te laten reinigen en polijsten ten einde de tandplak te verwijderen (net zoals uw tandarts bij uzelf doet tijdens de halfjaarlijkse controle). Om ervoor te zorgen dat deze behandeling zo optimaal en veilig mogelijk verloopt, zal de dierenarts uw huisdier onder algemene verdoving brengen.
Na een dergelijke behandeling kan een goede mondhygiëne worden gehandhaafd door een regelmatige reiniging van het gebit. De dierenarts zal u adviseren over preventieve maatregelen, zoals poetsen, kauwstrips en eventueel speciale voeding (Hill’s t/d droogvoeding). Bij het poetsen dient u een speciaal voor huisdieren samengestelde tandpasta te gebruiken; over de poetstechniek zal de dierenarts u omstandig uitleg verschaffen.
(Bron: Alison Jones: ‘Honden’; Hill’s, ‘Tandaandoeningen; Ecuphar, ‘Hoe slechte adem en gebitsproblemen te voorkomen?’)

U en uw hond hebben in de loop der jaren een hechte band opgebouwd. Uw hond maakt deel uit van het gezin. Het zal u dan wel verbazen om te horen dat wanneer uw hond zeven jaar is (voor kleine en middelgrote rassen) of vijf jaar (voor grote rassen), hij in feite al in de seniorenfase van zijn leven zit.
Tijdens de laatste jaren van het leven van uw hond veranderen zijn behoeften. Belangrijk om te onthouden is dat ouderdom geen ziekte is en niet met een slechte gezondheid hoeft gepaard te gaan. Oude honden zijn gewoon anders dan pups. Graag geven we u enkele tips, zodat uw hond ook op gevorderde leeftijd zoveel mogelijk van het leven kan genieten.
Een comfortabele leefomgeving
Sommige oudere honden slapen meer dan voordien. Als je bedenkt dat oudere honden vaak stijve gewrichten hebben, is het logisch dat een lekker zachte slaapplaats de beste keuze is voor uw hond als hij ouder wordt. Tevens moet u even stil staan bij de plaats waar uw hond slaapt. Als hij altijd boven heeft geslapen, is het raadzaam te proberen hem beneden te laten slapen. Voor oudere gewrichten is het vaak beter als een hond ’s avonds niet helemaal de trap op hoeft. Bovendien wordt de rug van uw hond extra belast als hij de trap op en af moet.
Op oudere leeftijd kunnen honden ook slechter gaan zien. Help daarom uw hond door de leefomgeving zoveel mogelijk onveranderd te laten. Als uw hond problemen heeft met zien, is het verstandig niet al te veel met meubilair te schuiven. Als u meubels toch verplaatst, leid uw hond dan de eerste paar keer langs deze obstakels tot hij weer weet waar alles staat.
Een goed gebit
Gebitsproblemen is verreweg de meest voorkomende aandoening bij oudere honden. Daarom zal de dierenarts bij de gezondheidscontrole – ter aanleiding van de jaarlijkse vaccinatie – het gebit van uw huisdier grondig controleren. Toch kan u thuis preventief te werk gaan. Als mens zijn we gewend om tweemaal per dag onze tanden te poetsen. Dat maakt gewoon deel uit van onze dagelijkse routine. Helaas kunnen de meeste huisdieren niet rekenen op een dergelijke tandverzorging. Combineer dit gebrek aan mondhygiëne met zacht hondenvoer dat vaak aan de tanden blijft plakken en het wordt al snel duidelijk waarom zoveel honden tandproblemen krijgen.
Gezien voorkomen beter is dan genezen, zal de dierenarts u – na een eventuele tandreiniging – graag adviseren over alle preventieve maatregelen, die u thuis kan treffen, om het gebit van uw huisdier zo goed mogelijk te onderhouden. Uw dierenarts zal u aanraden het gebit van uw huisdier te reinigen met - specifiek voor honden ontworpen – tandpasta. Het poetsen, in combinatie met enzymatische kauwstrips, zorgen voor een dagelijkse gebitsverzorging, zodat de aanzet van tandplak wordt voorkomen. Bij sommige patiënten zal de dierenarts ook specifieke droogvoeding voorstellen, waarvan klinisch werd bewezen, dat het tandproblemen voorkomt.
Denk eraan dat een oudere hond niet noodzakelijk een slecht gebit moet hebben. Een tandverzorging, gecombineerd met de preventieve maatregelen, zal ervoor zorgen dat uw huisdier zonder tandpijn zijn laatste levensfase kan ingaan.
Een gezonde geest in een gezond lichaam.
Naarmate we ouder worden, hebben we andere voedingsstoffen nodig. Volwassen mensen eten andere dingen dan baby’s of tieners. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor uw huisdier wanneer ze ouder worden. Vreemd genoeg blijven veel mensen hun hond zijn hele leven lang hetzelfde voer geven.
Honden van middelbare leeftijd komen meestal aan omdat ze minder actief worden. In dat geval is het vaak nodig over te schakelen op een minder calorierijk voer om het ideale lichaamsgewicht te behouden. Zwaarlijvigheid is immers een belangrijke risicofactor voor vele andere gezondheidsproblemen, zoals:
- Gewrichtsaandoeningen
- Diabetes
- Huidaandoeningen
- Hartaandoeningen
- Aandoeningen van de luchtwegen
- Leveraandoeningen
- Blaasaandoeningen
Daarom zal uw dierenarts bij de jaarlijkse controle steeds het gewicht van uw huisdier controleren. Bij een te grote gewichtstoename zal ze samen met u een plan opstellen om het gewicht van uw hond op een gezond peil te houden. Als uw hond, daarentegen, lijkt af te vallen kan u best overstappen op een beter verteerbaar, energierijker voer.
Bewegen blijft van vitaal belang voor uw hond. Zelfs in zijn seniorenfase blijft het gezegde van toepassing: ‘Een gezonde geest in een gezond lichaam’. Door wandelingen te maken in de buitenlucht, worden de sociale behoeften van uw hond ingelost. Honden zijn zeer sociale wezens. En – hoewel ze mensen als roedelleiders accepteren – kan onze aanwezigheid de geuren en ervaringen van buiten niet vervangen.
Dagelijkse beweging is ook nodig om de spieren sterk te houden en het uithoudingsvermogen op peil te houden. Dus regelmatig bewegen blijft de boodschap. Belangrijk is de inspanningen over de hele week te spreiden en ze niet te beperken tot lange wandelingen tijdens het weekend. Voldoende beweging zal er tevens voor zorgen dat uw huisdier niet te zwaar wordt. Zeker oudere honden verliezen hun fitheid om goed te kunnen bewegen door overgewicht. Wel moet men vermijden dat de bewegingsperiodes te lang en/of te intens zijn. Dit kan leiden tot overbelasting, die uw huisdier de dag nadien zuur opbreken.
Nu uw hond zich in de seniorenfase bevindt, neem de kans op een aantal gezondheidsproblemen toe. Net zoals oudere mensen vaker een bezoek brengen aan de dokter, is het aangeraden met uw ouder huisdier minstens eenmaal per jaar op controle te komen bij de dierenarts. Tenslotte komt deze jaarlijkse controle voor een hond overeen met eenmaal per vijf of zeven jaar voor een mens.
Tijdens deze jaarlijkse controle kan de dierenarts de algemene gezondheidstoestand van uw oudere hond controleren en zal klinisch gekeken worden naar een aantal aandoeningen, die op latere leeftijd kunnen voorkomen. Merkt de dierenarts de eerste symptomen van ziekten op dan zal ze niet aarzelen om verder doorgedreven onderzoek (bloedname, radiologie,…) voor te stellen.
En hoewel uw hond op leeftijd is, heeft hij nog steeds zijn inentingen nodig. Het afweersysteem van uw hond kan met het verstrijken der jaren afnemen en daardoor worden de jaarlijkse inentingen steeds belangrijker.
Ook vlooien- en tekenbestrijding blijft aan de orde, parasieten houden immers geen rekening met de leeftijd van uw huisdier. Hetzelfde geldt voor een wormenbesmetting. Hoewel spoelwormen niet zo vaak voorkomen bij oudere honden, wordt een lintwormbesmetting in de praktijk wel vastgesteld bij honden in de seniorenfase. Als uw hond namelijk vaak dode beesten in zijn bek heeft of vlooien heeft gehad, loopt hij nog steeds het risico om besmet te raken met lintwormen.
Het afscheid
U kunt niet voorkomen dat uw hond ouder wordt. Regelmatige controles door uw dierenarts, goede voeding en een goede gezondheidszorg dragen er evenwel in sterke mate toe bij dat uw huisdier een lang en gezond leven kan leiden. En toch komt die onvermijdelijke dag, waarop u afscheid moet nemen van uw huisgenoot. Ondanks al uw goede zorgen komt het moment waarop het leven een einde kent. Vele eigenaars hopen dat hun huisdier rustig inslaapt in zijn vertrouwde omgeving, maar de ervaring leert dat dit niet zo vaak voorkomt. Rekening houdend met de medische achtergrond van uw huisdier, zal de dierenarts daarom soms voorstellen om over te gaan tot euthanasie, omdat het niet langer in het belang van het dier is om het leven nog langer te rekken en uw dier ook recht heeft op een waardig afscheid.
Eenmaal dat de beslissing is genomen, zal de dierenarts – in onderling overleg met u – een afspraak maken, zodat de euthanasie in een rustige en serene sfeer kan verlopen. Intraveneus zal er een inspuiting (met een overdosis van barbituraten) worden toegediend, die ervoor zorgt dat uw hond rustig inslaapt. Hij voelt niets meer en merkt niet meer wat er in zijn omgeving gebeurt. Vervolgens wordt een tweede injectie gegeven, die ervoor zorgt dat de ademhaling stopt en dat het hart ophoudt met kloppen.
Afhankelijk van uw emotionele draagkracht mag u zelf beslissen of u tijdens de euthanasie bij uw hond blijft of niet. We hebben er alle begrip voor indien u zou beslissen niet aanwezig te blijven. Het belangrijkste is immers dat u in herinnering houdt hoeveel mooie jaren u samen met uw hond heeft beleeft, hoe hij deel uitmaakte van uw gezinsleven, hoeveel toffe wandelingen jullie samen hebt gemaakt, hoe u – samen met uw dierenarts – alles in het werk hebt gesteld om hem een lang en gezond leven te geven,…
Voor of na de euthanasie, zal de dierenarts u ook vragen wat er moet gebeuren met uw huisdier na het overlijden. U kan ervoor opteren de hond in de praktijk te laten, waar hij zal worden opgehaald om nadien collectief te worden gecremeerd, of u kan kiezen voor een individuele crematie. In het laatste geval zullen wij u voorzien van de nodige informatie en zullen we, indien u dit wenst, de nodige stappen ondernemen om de individuele crematie volgens uw wensen te laten verlopen.
(Bron: Alison Jones: ‘Honden’)

| Leeftijd hond |
Klein ras |
Middelgroot ras |
Groot ras |
Reuze ras |
|
| |
|
|
|
|
|
| 1 jaar |
15 jaar |
15 jaar |
12 jaar |
12 jaar |
puppy voeding |
| 2 jaar |
24 jaar |
23 jaar |
19 jaar |
19 jaar |
|
| 3 jaar |
28 jaar |
29 jaar |
24 jaar |
25 jaar |
adult voeding |
| 4 jaar |
32 jaar |
33 jaar |
33 jaar |
35 jaar |
|
| 5 jaar |
36 jaar |
37 jaar |
40 jaar |
42 jaar |
|
| 6 jaar |
40 jaar |
42 jaar |
45 jaar |
49 jaar |
|
| 7 jaar |
44 jaar |
47 jaar |
50 jaar |
56 jaar |
|
| 8 jaar |
48 jaar |
51 jaar |
55 jaar |
64 jaar |
|
| 9 jaar |
52 jaar |
56 jaar |
61 jaar |
71 jaar |
senior voeding |
| 10 jaar |
56 jaar |
60 jaar |
66 jaar |
78 jaar |
|
| 11 jaar |
60 jaar |
65 jaar |
72 jaar |
86 jaar |
jaarlijkse |
| 12 jaar |
64 jaar |
69 jaar |
77 jaar |
93 jaar |
bloedname ter controle |
| 13 jaar |
68 jaar |
74 jaar |
82 jaar |
101 jaar |
suiker, nierfunctie, |
| 14 jaar |
72 jaar |
78 jaar |
88 jaar |
108 jaar |
leverfunctie, … |
| 15 jaar |
76 jaar |
83 jaar |
93 jaar |
115 jaar |
|
| 16 jaar |
80 jaar |
87 jaar |
99 jaar |
123 jaar |
|
| 17 jaar |
84 jaar |
92 jaar |
104 jaar |
|
|
| 18 jaar |
88 jaar |
96 jaar |
109 jaar |
|
|
| 19 jaar |
92 jaar |
101 jaar |
115 jaar |
|
|
| 20 jaar |
96 jaar |
105 jaar |
120 jaar |
|
|
 Opvoeding en gedragsproblemen
In ons dierenartsencentrumTrigenio helpen wij u ook bij gedragsproblemen en vragen over de opvoeding van uw hond. Dit kan gaan van tips om uw hond op te voeden tot hulp bij de begeleiding van gedragsproblemen. Hiervoor kan u terecht bij Evi Beyé, onze hiervoor speciaal opgeleide dierenartsassistente in gedragstherapie.
Zij studeerde in 2007 af in de professioneel gerichte bacheloropleiding Agro- en Biotechnologie, optie Dierenzorg.
Haar voorliefde voor honden heeft tijdens haar opleiding geleid tot een stage bij de Dienst Hondensteun van de Federale Politie waar ze veel inzicht verwierf in het trainen van deze dieren. Omdat ze zich ook zeer sterk interesseert voor de oorsprong en het gedrag van de hond besliste ze in haar laatste jaar de respectievelijke voorouders, namelijk een wolvenroedel, te bestuderen.
Ondertussen heeft ze ook het diploma "hondeninstructeur/opvoeder" behaald. Onze klanten kunnen bij haar terecht voor vragen in verband met de opvoeding van hun hond. Ze gaat zich nu tevens specialiseren in de hondengedragsbegeleiding. Hierbij wordt dieper ingegaan op het probleemgedrag van de hond door middel van gedragsanalyse.
Wij laten haar even zelf aan het woord:
Keuze van een hond
Iedereen die zich een hond aanschaft, zou met bepaalde zaken rekening moeten houden. Zo zijn honden roedeldieren en leven ze graag in groep. Voor de meeste honden is het gezin “hun roedel” en ze doen er dan ook alles aan om erbij te horen. Elke hond is anders, reageert anders en manifesteert zich hierdoor op een bepaalde manier in de roedel.
Het is belangrijk om weten welk ras je in huis haalt want elk ras heeft zijn eigen aangeboren eigenschappen.
Zoek je een echte gezelschapshond, een hond om veel mee te gaan wandelen, een waak -en verdedigingshond, een jachthond, ... ?
Hebt u graag een groot of kleiner ras en past die keuze bij uw levenswijze?
Indien u dit wenst, is het mogelijk dat ik meega naar de fokker om er samen met u de “juiste” pup uit te kiezen.
Als u kinderen hebt, moet u dan zorgen voor kindvriendelijke honden of hondvriendelijke kinderen? Gaan honden en kinderen samen? Hoe kan ik dit best voorbereiden? Wie eerst, de hond of het kind? …
Dit zijn zeer terechte vragen waarop u een uitgebreid antwoord krijgt tijdens een gedragsconsult.
Puppybegeleiding
Zoals u allicht weet, is de opvoeding van uw hond een proces dat nooit eindigt. Net zoals kinderen zijn pups slim en leren ze snel. Ze willen de wereld ontdekken en gaan voluit voor alles wat beweegt, nieuw is en interessant lijkt om mee te spelen.
Een baas moet natuurlijk weten op welke manier hij zijn hond in dit proces het best kan begeleiden. U bent van harte welkom met uw pup om samen zijn opvoeding en training te bespreken.
Ook als uw pup nog niet bij u in huis is, kan u reeds bij ons terecht met al uw vragen omtrent de opvoeding. Zindelijkheidstraining, leren alleen blijven, basiscommando’s zoals hier, zitten, liggen, niet trekken aan de leiband, apporteren, … kunnen op voorhand al een keer uitgelegd worden aan de toekomstige eigenaar(s).
Uw hond leert gedurende zijn hele levenswandel. Niet alleen pups maar ook oudere honden zijn welkom als u vragen hebt of een probleem met hen ervaart.
Gedragsconsult
Het is de bedoeling om via de gedragsconsultaties mensen te helpen bij de keuze van een hond, de opvoeding die erbij komt kijken en de eventuele problemen die zich op die moment of op latere leeftijd voordoen.
Spijtig genoeg verloopt de opvoeding niet altijd even gemakkelijk. Vaak is het zo dat honden en baasjes elkaar verkeerd begrijpen. Een hond spreekt geen mensentaal en andersom ook niet. Beide partijen raken gefrustreerd en op termijn vertoont de hond ongewenst gedrag.
Het is ook mogelijk dat de hond ongewenst gedrag vertoont uit angst, gebrek aan zelfvertrouwen, eenzaamheid enz...
óf omdat hij niet beter weet.
Wij hebben als mens de capaciteit om ons de hondentaal een beetje eigen te maken en om bepaalde signalen en gebaren naar onze hond toe te gebruiken om hem op die manier dingen duidelijk te maken. Op die manier creëert u tegelijkertijd een goede baas-hond relatie.
Hoe gaat een training in zijn werk?
Relatiegericht trainen is ideaal. Hiermee bedoel ik dat er wederzijds respect moet zijn om het gewenste doel te bereiken. Aan de hand van positieve training beloont u het goede gedrag en ontstaat er een vertrouwensband tussen u en uw hond. Hiermee kan u dan aan de slag!
Bij een eerste gedragsconsultatie is het belangrijk een beeld te krijgen van het probleem. Ik bespreek samen met de eigenaar hoe de hond zich gedraagt en waar hij verbetering wenst.
Vaak lost één consult al veel problemen op. De eigenaar begrijpt beter waarom zijn hond dergelijk gedrag vertoont en heeft voldoende uitleg meegekregen om zelf aan de slag te kunnen.
Soms is het nodig hond en baasje langere tijd te begeleiden door de verschillende stadia in training te overlopen en samen te trainen. Het probleem pakken we aan met behulp van theorie in combinatie met praktijk om zo het gewenste gedrag te bereiken.
Er wordt een behandelingsplan opgesteld waarbij zowel de baas als de hond zich goed voelen. Er worden oplossingen aangereikt maar het is uiteindelijk de eigenaar die de slaagkans bepaalt door goed samen te werken met zijn hond.
Tijdens de training kan u steeds contact opnemen via telefoon of mail als u vragen heeft. Ook na het beëindigen van de training kan u nog steeds met vragen bij mij terecht.
Waar
Dierenartsencentrum Trigenio, Dorsel 38, 2560 Nijlen.
Prijzen
€ 50 voor de eerste gedragsconsultatie in de praktijk (ongeveer 1u)
€ 30 voor eventuele verdere opvolging in de praktijk (ongeveer 30 minuten)
€ 65 voor een eerste gedragsconsultatie op huisbezoek (ongeveer 1u15)
€ 50 voor eventuele verdere opvolging op huisbezoek (ongeveer 45 minuten)
Uren
Elke weekdag, steeds op afspraak.
|
Nog vragen
U kan mij contacteren op volgend emailadres:
info@trigenio.be
of op het nummer
03/380.00.30
Evi Beyé |
 |
 De Blauwe Hond
|
Kinderen en honden, het blijft een gevoelig onderwerp. Een op de drie gezinnen met kinderen heeft een hond. Honden vervullen een positieve rol in de gedragsontwikkeling van kinderen. Het is leuk om kinderen te zien opgroeien met een hond, maar een hond blijft een dier. Er is steeds een kans dat de hond een kind bijt.
Jaarlijks krijgen 100.000 Belgen een beet die medische verzorging eist. Kinderen zijn dubbel zo vaak het slachtoffer van bijtongevallen dan volwassenen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat kinderen het vaakst thuis en door honden die ze kennen worden gebeten. In 86% van de gevallen blijkt de beet uitgelokt te zijn door het kind zelf.
|
|
|
Daarom werd een programma ontwikkeld om ouders van jonge kinderen (3 tot 7 jaar) hierin te ondersteunen. Dit preventiepakket kreeg de naam “De blauwe hond”. Dit pakket bestaat uit een handleiding voor de ouders om het gedrag van de hond beter te begrijpen en een CD-ROM met een interactief spel voor kinderen van 3 tot 7 jaar. Het spel gaat over Max (een blauwe hond) die samenleeft met 2 kinderen, Sara en Simon. Hiermee kan je kinderen aanleren om beter te reageren op dagelijkse situaties met een hond in huis.
De dierenartsen van dierenartsencentrumTRIGENIO en hun hiervoor speciaal opgeleide dierenartsassistente in gedragstherapie Evi Beyé , willen meewerken om dit project te ondersteunen.
Je kan de CD-ROM in onze praktijk verkrijgen voor 10€.
Hier krijgen jullie alvast enkele nuttige tips:
• Zorg voor een plaats in huis waar de hond zich in alle rust kan terugtrekken.
• Leer je kinderen de hond iets te vragen in plaats van hem te willen dwingen.
• Zorg dat er geen verwarring kan ontstaan over wat kinderspeelgoed en wat hondenspeelgoed is.
• Leer je kinderen om de hond met rust te laten als hij in zijn hok of mand ligt.
• Leer je kinderen accepteren dat de hond soms alleen wil spelen.
• Toon je kinderen hoe scherp de tanden van je hond zijn en leer hen dat hondenvriendjes anders kunnen reageren dan mensenvriendjes.
|


|