Print deze pagina

KONIJNEN

Index

Algemeen

Een konijn is geen knaagdier, hoewel ze door niet-ingewijden vaak tot de groep van knaagdieren worden gerekend. In tegenstelling tot knaagdieren hebben konijnen geen twee, maar vier snijtanden in de bovenkaak en twee in de onderkaak. Hoewel het konijn eruitziet als een knuffeldier, is het echter geen dier dat graag wordt vastgehouden. Maar eenmaal zijn vertrouwen gewonnen, zal het zich ontwikkelen tot een echte huisgenoot. Konijnen worden gemiddeld 8 tot 12 jaar oud.

Aanschaf

Vlaamse ReusVoordat u een konijn aanschaft, is het nodig om na te denken wat u juist van uw nieuw huisdier verwacht. Zoekt u gewoon een leuk huisdier, dan kan u zowel bij een fokker, als bij een dierenspeciaalzaak terecht. U kiest dan het dier dat u het meest aanstaat en dat kan heel goed een rasloos konijn zijn. Bent u evenwel van plan tentoonstellingen te doen, dan zal u op zoek moeten gaan naar één of meerdere konijnen, die zoveel mogelijk het ideaalbeeld van hun ras evenaren. Best legt u dan contact met fokkers op tentoonstellingen van konijnen.

Bij de aanschaf van een konijn moet u op een aantal dingen letten. Uw nieuwe huisgenoot moet kerngezond zijn. De pels moet veerkrachtig en vrij van parasieten zijn. Korstjes of kale plekken zijn uit den boze. Uitvloeiingen uit de neus of ogen zijn verdacht, evenals dieren met diarree. Het dier moet in goede conditie zijn, dit wil zeggen niet te mager, maar ook niet te dik. Controleer het gebit van het konijn dat u wilt aanschaffen: let op de stand van de snijtanden. Passen de snijtanden niet goed op elkaar, dan kunnen ze niet afslijten. De tanden zullen doorgroeien tot ze een blokkade vormen, zodat het dier niet meer kan eten.

Ten slotte speelt de leeftijd van het konijn een rol. Een konijn kan best niet te jong worden aangekocht. Deze dieren zijn zwakker en zullen eerder ziek worden, omdat ze nog te weinig weerstand hebben opgebouwd. Een konijntje mag gerust zes weken bij de moeder blijven.

Voeding

Hooi
Het spijsverteringsstelsel van konijnen bevat een erg gevoelige darmflora, die volledig is ingesteld op moeilijk verteerbare plantaardige producten, zoals hooi (liefst van gemengd gras of timothy). Konijnen eten uitsluitend plantaardig voedsel, het zijn herbivoren. Ze eten bovendien dikwijls en veel: tot 30 à 36 maaltijden per dag. Daarom moet hooi altijd in voldoende mate in het hok aanwezig zijn, zodat uw konijn hiervan naar behoefte kan eten. Hooi behoort niet op de grond te liggen, waar het snel vervuilt, maar in een ruif.

Hooi is bovendien rijk aan ruwe vezels en het zijn deze vezels, die een goede spijsvertering bevorderen. Dit spijsverteringsproces zorgt tevens voor de aanmaak van de zogenaamde blindedarmkeutels. Dat zijn groenige, plakkerige keutels, die ’s nachts of tegen het ochtendgloren worden geproduceerd en die door het konijn rechtstreeks vanuit de anus worden opgegeten (d.i. Caecotrofie). Ze bevatten levensbelangrijke “goede” bacteriën, die instaan voor de gezondheid van het konijn en voor de vorming van vitamines in de darm.

Ruwvoer is eveneens belangrijk voor de tanden van konijnen. Het knagen en kauwen op hooi zorgt voor het afslijten van de altijd doorgroeiende tanden van het konijn, waardoor ze hun normale lengte behouden. Slechte voeding of een abnormale stand van de tanden kunnen de oorzaak zijn van het te weinig afslijten van de tanden. Hierdoor ontstaat een blokkade, zodat het konijn niet meer kan eten.

TandprobleemTandproblemen

Groenvoer
Naast hooi is groenvoer belangrijk in het dieet van konijnen. Konijnen – vooral jongere konijnen – kunnen niet goed tegen al te vochtrijk voedsel. Sla, koolsoorten, bonen, klaver, vers zacht lentegras en voederbieten veroorzaken bij menig konijn een opeenhoping van darmgassen. Vooral bij jongere dieren kan dit leiden tot zulke ernstige darmstoornissen, dat ze het niet overleven. Geef dit soort voedsel alleen aan volwassen konijnen en uitsluitend in kleine porties. Geef bovendien het groenvoer op kamertemperatuur (niet rechtstreeks uit de koelkast of diepvries)

Geschikt vers groenvoer voor konijnen (enkele voorbeelden): wortel, knolselder, andijvie, koolrabi, rode kool, peterselie, witte selder, spruitjes, witloof, paardenbloem, boerenkool, radijzenblad, klaver, broccoli, ...

Hoewel konijnen vaak dol zijn op fruit, moet u dit echt wel zien als een extraatje. Fruit bevat immers teveel suikers. Geef niet meer dan een eetlepel per dag. (Appel, peer, aardbei, perzik, kiwi, meloen, papaja, mango, framboos, braambes). Geef echter nooit cacao (chocolade), avocado, pitten van fruit of pellen van citrusvruchten aan uw konijn, daar ze giftig zijn. Noten behoren evenmin tot hun dieet, gezien het hoge vetgehalte.

Brokjes en korrelvoeding
Droog voedsel voor konijnenEr zijn veel verschillende kant-en-klare konijnenvoeders op de markt, die grofweg kunnen worden opgesplitst in gemengd voer en geperste korrels. Het nadeel van gemengd voer is dat een konijn alleen dat kiest wat hij lekker vindt en daardoor eenzijdig eet. Bij korrelvoer heeft u dit probleem niet. Hierin zitten vrijwel alle stoffen die uw konijn nodig heeft. De hoeveelheid korrels, die u per dag dient te verschaffen, is afhankelijk van het gewicht van het konijn en de hoeveelheid lichaamsbeweging, die hij dagelijks heeft. Dieren die weinig bewegen worden sneller te dik, omdat ze door hun geringe activiteit weinig verbruiken en vaak uit verveling meer gaan eten. Konijnen die ruimte hebben, eten minder en blijven in betere conditie. De ideale korrelvoeding bevat een hoog vezelgehalte (meer dan 18% ruwvezel), een eiwitgehalte tussen de 12% en 15% en een laag vetgehalte (minder dan 3%). Science Selective voldoet bijvoorbeeld volledig aan deze eisen.
(Verkrijgbaar in onze praktijk)

Water
Water is erg belangrijk voor konijnen. Konijnen, die zelden vers groenvoer krijgen, hebben veel meer water nodig, dan konijnen, die hierover wel beschikken. Gemiddeld drinkt een konijn ongeveer een tiende van zijn lichaamsgewicht per dag. Een waterbakje wordt door een konijn vaak omvergegooid of bevuild, een flesje met drinknippel is daarom te verkiezen. Ververs het water dagelijks, want vervuild water is een broeiplaats van bacteriën, wat kan leiden tot ernstige darmstoornissen.

Voedingspiramide

Klik hier om de afbeelding van de voedselpiramide te vergroten

Huisvesting

Buitenshuis of binnenshuis?
HuisvestingKonijnen voelen zich buitenshuis prima. Houd er echter wel rekening mee dat konijnen weliswaar goed bestand zijn tegen koude, maar niet tegen tocht, nattigheid, te felle zon en vrieskou. Een buitenhok moet gezet worden op een beschutte, windstille en schaduwrijke plaats. Zorg dat er genoeg ruimte is voor beweging. Het konijn moet zeker een aantal uren per dag kunnen rondlopen om zijn natuurlijke bewegingsdrang en nieuwsgierigheid te kunnen uitleven.

Konijnen kunnen ook prima binnenshuis worden gehouden. De dieren zijn erg schoon op zichzelf en verspreiden geen luchtjes als hun kooi tijdig wordt verschoond. Het is zelf mogelijk een konijn te leren om zijn behoeften te doen op een kattenbak en het los in huis te laten lopen. In dat geval moet het huis natuurlijk konijnvriendelijk zijn ingericht. Konijnen zijn knagers: electriciteitsdraden, (giftige) kamerplanten en andere gevaren, die binnenshuis op de loer liggen, moeten voor het konijn onbereikbaar zijn.

Vaccinaties

Er bestaan twee infectieziekten waartegen het konijn kan worden beschermd door middel vaan een vaccinatie.

Myxomatose
Het myxomatosevirus werd in 1950 opzettelijk verspreid in Australië om het hoofd te bieden aan een ware konijnenplaag. Hetzelfde gebeurde enkele jaren later in Frankrijk en heeft het virus zich over heel Europa verspreid.

MyxomatoseMyxomatose wordt verspreid door stekende insecten, zoals vlooien, muggen of vliegen. Besmetting door direct contact met aangetaste dieren of materialen is eveneens mogelijk. De tijd tussen de besmetting en het ziek worden, bedraagt drie tot acht dagen. De eerste verschijnselen zijn zwellingen van de oogleden, de mond en de anus. Daarna vormen zich knobbels (myxomen) over het hele lichaam.Op de kop kan dit leiden tot vervormingen van de bek. Het konijn gaat snotteren en de ogen plakken dicht. Omdat het konijn niet meer kan eten en aangetast wordt door bacteriële infecties, overlijdt het dier meestal na twee weken.

Hoewel er geen behandeling bestaat tegen het virus zelf, kan u uw konijn wel beschermen tegen myxomatose door vaccinatie. Na de vaccinatie verlopen besmettingen doorgaans zonder verschijnselen of veel milder en kan het konijn door goede zorg herstellen. Alleen gezonde konijnen kunnen worden gevaccineerd. De vaccinatie kan gebeuren vanaf een leeftijd van 6 weken en moet om het half jaar worden herhaald om de weerstand op peil te houden. Is uw konijn drachtig dan mag het niet worden gevaccineerd.

RHD
RHD“Rabbit Haemmorhagic Disease” (RHD) wordt eveneens veroorzaakt door een virus. Dit virus – dat voor het eerst werd vastgesteld in 1984 bij konijnen die vanuit Duitsland naar China waren geëxporteerd – vertoonde zich het eerst in België in 1990. De ziekte heeft voor konijnen, die ouder zijn dan 2 maanden, altijd een dodelijke afloop. Jongere konijntjes overleven de besmetting soms. De verspreiding van de ziekte gebeurt door direct contact met wilde konijnen of indirect via insecten, uitwerpselen en/of besmet groenvoer. De ziekte kan razendsnel verlopen: de konijnen stoppen plots met eten en krijgen bloederige diarree. Snelle sterfte treedt op, meestal gepaard gaande met bloedingen uit de neus en andere lichaamsholtes.

Genezing is niet mogelijk. Vaccinatie beidt een goede bescherming tegen het virus.

Jonge konijnen kunnen vanaf de leeftijd van 10-12 weken worden gevaccineerd tegen RHD. De weerstand wordt opgebouwd na zeven dagen. De inenting wordt best halfjaarlijks herhaald om de bescherming op peil te houden. Dit vaccin is wel veilig voor drachtige dieren.

Geboorteregeling

‘Ze kweken als konijnen’
Deze uitdrukking bestaat niet voor niets: konijnen zijn inderdaad al op jonge leeftijd geslachtsrijp en kunnen snel na mekaar verschillende nesten krijgen. Kleinere rassen zijn over het algemeen vruchtbaar vanaf de leeftijd van twee maanden en grotere rassen vanaf een leeftijd van vijf maanden. Indien u niet wil kweken is het raadzaam om vanaf die leeftijd de vrouwtjes (de voedsters) te scheiden van de mannetjes (de rammen). Door een chirurgische ingreep kunnen konijnen onvruchtbaar worden gemaakt. Voor deze ingreep kunnen verschillende redenen bestaan.

Het vrouwtjeskonijn of voedster - sterilisatie

  • Als een voedster alleen zit, is het onvruchtbaar maken niet noodzakelijk. Toch is het verstandig om vrouwelijke dieren te laten steriliseren, omdat een voedster, waarmee niet wordt gefokt, een groot risico loopt op baarmoederkanker. (Uit wetenschappeijk onderzoek is gebleken dat bij 20 tot 60% van de voedsters een kwaadaardige tumor van de baarmoeder ontstaat). Deze tumoren vormen zich vooral bij vrouwelijke konijnen ouder dan 2 jaar. Ook wordt met een sterilisatie de kans op schijnzwangerschap voorkomen. Tijdens een schijnzwangerschap reageert het lichaam van een konijn zoals bij een gewone zwangerschap. Vaak gaat dit gepaard met opvliegendheid en agressiviteit.
  • Voedsters, die bij elkaar zitten, kunnen soms erg vechten. Als het meest dominante vrouwtje wordt gesteriliseerd, neemt het agressieve gedrag meestal af.

Bij de sterilisatie van een konijn worden operatief de eierstokken en de baarmoeder verwijderd. Deze ingreep gebeurt in onze praktijk onder algemene verdoving met een zeer veilige gasanesthesie, zodat de eventuele risico’s tot een strikt minimum worden beperkt.

Het mannetjeskonijn of ram - castratie

  • Agressiviteit. Zeker als u twee mannetjeskonijnen heeft samen zitten, ontwikkelt zich vaak een grote agressiviteit tussen beiden. Deze vermindert duidelijk na castratie.
  • Sommige rammen kunnen enorm sproeien. Om het sproeigedrag te verminderen, is castratie zinvol.
  • Heeft u toevallig – u koopt zogenaamd twee vrouwtjes, waarvan één nadien een mannetje blijkt te zijn – toch een koppel konijnen, dan kan u overwegen om de ram te laten castreren, indien u niet wenst te kweken. De castratie van een ram is een veel kleinere ingreep.

Bij de operatie worden de testikels verwijderd, waardoor het konijn onvruchtbaar wordt en de productie van mannelijke hormonen stopt. Voor een castratie moeten de dieren ongeveer 5 maanden of ouder zijn. Na de castratie is de ram nog een tijdje vruchtbaar. Daarom moet hij ongeveer 4 weken apart worden gehouden van een vrouwtje. Deze ingreep gebeurt wederom onder algemene verdoving met een zeer veilige gasanesthesie, zodat de eventuele risico’s tot een strikt minimum worden beperkt.

Nazorg na de ingreep
Door zijn gevoelig maagdarmstelsel is het voer een konijn zeer belangrijk dat het voortdurend kan eten (cfr. ‘Voeding’: een konijn eet 30 tot 36 maaltijden per dag). Het is zeer belangrijk dat uw konijntje na de ingreep en eenmaal terug thuis, vrij snel terug begint te eten.

In tegenstelling tot ingrepen bij andere kleine huisdieren, zullen we daarom nooit vragen om het konijntje nuchter binnen te brengen. Soms verzoeken we zelfs om een beetje vertrouwde voeding meet te brengen zodat we dit onmiddellijk na de ingreep ter beschikking kunnen stellen.

Heeft u twijfels, aarzel dan niet om ons te contacteren.

(Bron: ‘Konijnen en knaagdieren, encyclopedie’, Esther Verhoef – Verhallen, 1997, Rebo Productions bv, Lisse)

 

Dierenartspraktijk TRIGENIO Katten Honden Knaagdieren Vogels Bijzondere dieren Rondleiding Team Visie Waar Uren Links Dieren Algemene informatie Overzicht Nieuwsberichten Fotoreportage


©Copyright 2007 TRIGENIO All Rights Reserved
 
For more information feel free to Contact Us