Print deze pagina

BIJZONDERE DIEREN

Index

 
 
 

De winterslaap van de schildpad

 
Een winterslaap wordt aangeraden voor landschildpadden uit een gematigd klimaat zoals doosschildpadden (Terrapene carolina carolina, Terrapene carolina triungius, Terrapene ornata ornata), andere landschildpadsoorten (Testudo marginata, Testudo hermani, Testudo graeca, Testudo horsfieldi, Gopherus agassizii, Gopherus polyphemus en Gopherus berlandieri) en verschillende aquatische soorten.
Terrapene bauri en Terrapene carolina major houden geen winterslaap.

Indien de temperatuur hoog blijft en de daglichtlengte kunstmatig lang gehouden wordt, zullen verschillende soorten echter geen winterslaap houden. Anderen, zoals de doosschildpadden, zullen in de herfst stoppen met eten en in winterslaap gaan onafhankelijk van de temperatuur en daglichtlengte.
Indien je wil kweken met je schildpadden is een winterslaap meestal noodzakelijk.

Om een winterslaap te overleven moet de schildpad in een optimale conditie zijn. Een gewichtscontrole enmestonderzoek op parasieten is zeker aan te raden voor de winterslaap. 
Er wordt geadviseerd om je schildpad 6 weken voor de winterslaap voor te bereiden met koolhydraatrijke voeding  zoals gestoomde pompoen, spruiten, alfalfa pellets en fruit (meloen, vijgen, appels, …). Vooral pompoen en wortelen bevatten het zeer belangrijke caroteen (provitamine A). 

De meeste schildpadden zullen minder beginnen eten als de winterslaap nadert. 
Begin oktober, wanneer de schildpad minder begint te eten, neem je alle voeding weg voor 1-2 weken (kleine schildpadden) tot 3 weken (grotere exemplaren) . Zorg wel dat er nog steeds voldoende water aanwezig is en geef de schildpad regelmatig een lauw bad. Dit bevordert het drinken en zorgt ook dat de schildpad mest maakt. De temperatuur blijft in deze periode nog op 21-27°C. Tijdens deze weken zal de schildpad zijn darmen ledigen zodat er tijdens de winterslaap geen gisting kan ontstaan van achtergebleven voeding.
Hierna wordt de warmtebron verwijderd en wordt de schildpad de tijd gegeven om zich aan te passen aan kamertemperatuur (16-21°C). Na een week kamertemperatuur is de schildpad klaar voor een winterslaap.

Deze winterslaap kan binnen of buiten gehouden worden. Een winterslaap die buiten gehouden wordt, is gevaarlijker dan binnen omdat er minder controle mogelijk is op de omstandigheden (temperatuur, vochtigheid). Een winterslaap binnen wordt best gehouden op een plaats waar een vrijwel constante temperatuur heerst van 2-10°C (ideale temperatuur is 5°C) zoals de garage, wijnkelder, ijskast. Zorg zeker voor een minimum-maximum thermometer om de temperatuur te controleren. Een temperatuur van meer dan 16°C is te warm en het metabolisme van de schildpad is dan hoog genoeg om te sterven van de honger. Temperaturen van minder dan 2°C zijn te koud.
De bodem van de overwinteringsbak kan bedekt worden met licht bevochtigde potgrond bedekt met 10cm papiersnippers of dorre bladeren. 

De schildpadden kunnen om de 2-4 weken wakker gemaakt worden om te drinken en baden in een bad van 24°C voor 2 uur. Tijdens dit baden moeten de ogen van de schildpad openen! Indien de schildpad er ziek uitziet, is het belangrijk om hem direct op te warmen tot 27°C en een dierenarts te raadplegen.

Een winterslaap die buiten wordt gehouden loopt meestal van midden oktober tot eind april. Binnen kan de winterslaap korter gehouden worden (begin november- begin maart).

Wanneer de schildpad actiever wordt in de lente moet hij gebaad worden in lauw water. Hij moet beginnen eten binnen de 2 weken. De schildpad wordt ook terug gewogen. Een gezonde schildpad verliest 5-6% van zijn lichaamsgewicht tijdens de winterslaap. Indien er een gewichtsverlies is van meer dan 7% wordt best een dierenarts geraadpleegd. 

Er wordt aangenomen dat een winterslaap niet nodig is bij dieren die jonger zijn dan 3-4 jaar. Veel hangt af van de ervaring van de eigenaar en de stabiliteit van de temperatuur tijdens de winterslaap. Bij twijfel kan het geen kwaad om de eerste jaren geen winterslaap te houden. Indien je als eigenaar over 1 schildpad beschikt waarmee je niet wil kweken, is het niet noodzakelijk om het dier een winterslaap te laten houden.  

Het houden van een baardagaam 

Sinds een aantal jaren is de baardagaam (Pogona vitticeps) aan een forse opmars bezig en momenteel is het één van de meest gehouden reptielensoorten. Een baardagaam is een goed te houden reptiel, is overdag actief en heeft een vriendelijk en rustig karakter. Ze kunnen zeer goed aan mensen wennen en worden aldus vrij tam. Baardagamen kunnen een leeftijd bereiken van 10-15 jaar.

Baardagamen komen oorspronkelijk uit Australië waar ze leven in droge en half woestijnachtige gebieden. Je vindt ze ook in open bossen (steppe). Het klimaat in deze gebieden is het ganse jaar droog en erg warm.

Baardagamen worden gehouden in een woestijnterrarium. Volwassen dieren kunnen 50cm groot worden. Het terrarium moet dus ook groot genoeg zijn. Voor 1 dier is een terrarium nodig van 100 x 50 x 50 cm. Voor een paar of trio (2 vrouwtjes en 1 mannetje) is een terrarium vereist van 150 x 50 x 60 cm. Dit zijn echter minimumafmetingen en, zoals bij alle reptielensoorten, geldt hier ook: hoe groter hoe beter. Als bodembedekking wordt meestal gekozen voor (woestijn)zand. Dit is voor deze dieren de meest natuurlijke ondergrond en zal goed de warmte vasthouden. Voorzie best ook en aantal stronken en stenen waarop ze kunnen “zonnen”. Echte planten zijn, gezien het destructieve karakter van de baardagamen, moeilijk te houden. Gebruik dus liever stevige plastic exemplaren.

In het terrarium probeer je om een temperatuurgradiënt te creëren. Dit wil zeggen dat het terrarium plaatsen heeft van verschillende temperatuur zodat de dieren zelf hun temperatuur kunnen kiezen. De laagste temperatuurzone mag niet minder zijn dan 25°C. Op de zonneplaats moet de temperatuur ongeveer 40°C bedragen. Dit kan best bereikt worden met een warmtelamp. Gebruik in je terrarium ook zeker lampen met een goed UV spectrum. UV licht is erg belangrijk voor de aanmaak van vitamine D. Dit vitamine is essentieel voor een goede opname van calcium uit de darm. ’s Nachts mag het terrarium afkoelen tot kamertemperatuur.

Baardagamen zijn omnivoor, dit wil zeggen dat ze zowel dierlijk als plantaardig voedsel eten. In de natuur zou het merendeel van de voeding uit plantaardig materiaal bestaan. In een terrarium is dit moeilijk te realiseren maar probeer toch een minimum van 30% plantaardig voer te geven. Je zorgt er best voor dat er steeds een bakje met groenten en fruit aanwezig is. Het dierlijke voedsel bestaat vooral uit insecten (krekels, sprinkhanen, wasmotten, meelwormen, …). Insecten hebben op zich een lage voedingswaarde. Het is daarom belangrijk om deze insecten zelf eerst te voeren zodat er hoogwaardige voeding aanwezig is in de ingewanden van het insect  op de moment van het voeren aan de baardagamen. Men spreekt hier van gutload. Sommige eigenaars geven ook kleine muisjes aan hun dieren. Door de aanwezigheid van botten zijn dit prima bronnen van calcium.

Een drinkbakje kan maar is niet noodzakelijk. Het is wel belangrijk om je terrarium regelmatig te besproeien. De dieren zullen dan drinken van de druppels die hierdoor gevormd worden.

Aan de voeding kunnen ook vitaminen en mineralen toegevoegd worden. Het volstaat om de insecten vlak voor je ze gaat geven, te bepoederen met een vitamine- en mineralenmengsel (b.v. Vitazmin, verkrijgbaar in onze praktijk).
Het geslacht van baardagamen bepalen is, zeker bij jonge dieren, niet altijd gemakkelijk. Vrouwelijke dieren hebben een bobbel in het midden van de staart, een smallere staartaanzet en geen femoraalporiën. Mannetjes hebben 2 bobbels in de staart (hemipenissen), een bredere staartaanzet en grote femoraalporiën.

Indien je wil kweken met je baardagamen is een periode van winterrustnoodzakelijk. Hiervoor wordt de temperatuur verlaagd tot 20-25°C. Voorts wordt ook geleidelijk het aantal uren licht verminderd (b.v. verkorting met 1 uur om de 3 dagen) tot 8 uur licht. Tijdens deze periode zijn de dieren minder actief, kruipen weg in de donkerste hoekjes van het terrarium en eten ook minder. Deze winterrust duurt 2-3 maanden. Hierna wordt de temperatuur en lichturen terug opgedreven. De mannetjes zullen dan snel paringsgedrag gaan vertonen (knikken, baard opzetten). De paring zelf duurt ongeveer 5 minuten en hierbij gaat het mannetje het vrouwtje bij de nek beetnemen. Ongeveer een maand na de paring zal het vrouwtje een hol graven waarin ze 10-30 eieren legt. Voorzie hiervoor een bakje licht vochtig zand van minimum 15 cm diep. Om de eieren te laten uitkomen worden ze overgebracht naar een broedstoof. Ze worden op een vochtig substraat (b.v. vermiculiet) geplaatst en de temperatuur wordt op 27-30°C gehouden. Na 80-90 dagen komen de jongen uit. Jonge baardagamen eten voornamelijk insecten en weinig groenten. Bepoeder deze ook zeker met vitaminen en mineralen.


Dierenartspraktijk TRIGENIO Katten Honden Knaagdieren Vogels Bijzondere dieren Rondleiding Team Visie Waar Uren Links Dieren Algemene informatie Overzicht Nieuwsberichten Fotoreportage


©Copyright 2007 TRIGENIO All Rights Reserved
 
For more information feel free to Contact Us